Werkwijze

Wanneer een cliënt bij ons wordt geplaatst, is het nodig om zo snel mogelijk een hulpverleningsplan op te stellen. Om dat te kunnen doen volgt er eerst een korte tijd van wennen aan elkaar. De eerste dagen/weken bestaan uit kijken en luisteren, observeren, ontdekken, noteren, onthouden.

Daarna komt een periode van communiceren, prikkelen, testen, uitdagen, temperen, aanbieden, en wederom observeren, luisteren, ontdekken, noteren, kijken en communiceren. Op basis van die eerste weken gaan we samen met de cliënt een hulpverleningsplan samenstellen:

  • waar ben je goed in en waarom
  • waar heb je moeite mee en waarom
  • wat wil je afleren
  • wat zijn je valkuilen
  • wat belemmert je om je gelukkig te voelen
  • waar heb je behoefte aan
  • Wat wil je voor jezelf leren, ongeacht of je het echt nodig hebt of niet
  • wat heb je nodig om je hier fijn te voelen
  • wat heb je nodig om straks goed te kunnen functioneren als je in Nederland terug komt?

Daarna gaan we kijken welke doelen we op korte, middellange en lange termijn willen gaan bereiken en hoe we dit willen gaan doen. Samen met de cliënt overleggen we wat reëel is en kijken of de de doelen kunnen splitsen in behapbare stukken. Dit zetten we allemaal op papier en dit plan wordt door alle partijen ondertekend.

De methode

De methode die bij alle projecten de werkwijze bepaalt is het ervarend leren. Hierbij gaat men er vanuit dat de actie of de ervaring de ingang is om het hulpverleningsproces op gang te brengen. Het proces wat daarop volgt ziet er als volgt uit.

1. De concrete ervaring wordt aangeboden in de vorm van de verschillende projecten. Tijdens de uitvoering van deze projecten ontstaan meer dan voldoende ervaringen waarbij een deelnemer een leerervaring op kan doen. Dit kan zijn het samenwerken of bijvoorbeeld het ervaren van een eigen grens. De ervaringen zijn in ieder geval persoonsgebonden en sluiten daardoor goed aan bij de individuele leerdoelen van de deelnemers.

2. De fase van reflectie staat in het teken van het kijken naar het eigen gedrag. De deelnemer gaat nadenken of het eigen gedrag het gewenste resultaat oplevert en of de voor- en nadelen tegen elkaar opwegen.

3. Tijdens de abstracte begripvorming ontstaan de gedachten over alternatieve gedragingen.

4. Actief experimenteren gaat om het uitproberen van nieuwe handelingsalternatieven. Van daaruit kan uiteindelijk het meest geschikte gedrag worden gekozen.

Het ervaringsleren is een cyclisch proces gericht op gedragsverandering vanuit een intrinsieke motivatie van de deelnemer. Er kan verder nog onderscheid gemaakt worden tussen recreatief, vormend en therapeutisch ervarend leren waarbij de verschillende vormen respectievelijk steeds intensiever zijn.

Op de projectplaats in Frankrijk werken twee Nederlandse Éducatrices Specialisés, ingeschreven bij de Franse Kamer van Koophandel, beiden met een eigen SIRETnummer. Ook hebben wij een officiële vergunning om jongerenwerk in Frankrijk te doen, een zogenaamd Agrément Assistente Sociale.

Andere relevante opleidingen: SPW4 (incl. module psychologie en Autisme), Professioneel Coach, Reikimaster